Mensen, het is weeral zover… EXAMENS. ‘ k Vrees dat het boeltje hier even stil zal liggen. Maar na die ‘fantastische’ periode zal er terug gepost worden.
Vriendelijke groeten Shanna
Mensen, het is weeral zover… EXAMENS. ‘ k Vrees dat het boeltje hier even stil zal liggen. Maar na die ‘fantastische’ periode zal er terug gepost worden.
Vriendelijke groeten Shanna





Ik kreeg opeens de enorme drang om mijn muren te beschilderen… ‘k Heb eerst de ‘Adam met vogels.’ geschilderd, maar met één tekening was ik niet tevreden. Vandaar de tweede ‘Hond met vliegenzwerm.’ Haha. Hier zie je enkele foto’s van het resultaat.



Om jullie nog wat op de hoogte te houden heb ik een stukje tekst geselecteerd uit mijn verhaal van de prostituee.
Het kreeg de titel: ‘Vogelen maken nesten.’
Vogelen maken nesten.
Het leven van een prostitiuee, daar word je aan gewend, zelfs de maan kent de vorm van haar lippen.
Maar in de beginne is het alsof een olifant over je heen loopt.
Een olifant die de schrik van zijn leven op doet, zo één dat het benauwd krijgt bij het zien van een bruine veldmuis.
Je voelt je verpletterd, een slag op de borst.
Een prostituee kent het leven, en wat het leven vast en vrij maakt. Zij kent de straat even goed als de beer zijn hol kent.
Zij kent het weer, de zon en de maan, ze zijn verslaafd. Verslingerd zijn ze, ze geven telkens haar silhouet weer.
De rondingen. De wind voert haar geur mee. Als lavendel of als melk en honing, alsof je in een open veld de bijen de bloemen ziet melken.
Haar voetstappen maken het geluid van bokkepootjes.Die lekkere witte bokkepootjes met een chocoladerandje. Ze druipen langs je heen. Ze maken verleidelijke sporen.
Je hart bonkt in je keel, haar sjaal streelt je wang en het puntje ervan kietelt in je oor.
Het getrippel van haar benen, haar zenuwachtigheid siert haar, haar bewegingen blijven bij.
Je kan niet slapen, er geen oog van dicht doen. De aders in je ogen prikken tot het dageraad is.
Je hoort haar stem nog steeds, het is geen scherpe stem, geen versleten casettebandje.
Alsof je haar stem al jaren gewend bent. Doet denken aan de stem van je moeder, maar dan met ietsje meer pit.
Een vrouw is het mooiste wezen op aard, ruist doorheen je gedachten, net alsof een boom meewuift in de wind. Je voeten golven doorheen de massa, en voordat je het al dan wel beseft sta je daar weer.
Daar op de plaats van het felle gouden licht. Het rode en het blauwe, het paarse. Het maanlicht eerder dan het zonlicht.
met knikkende benen, zelfs je derde been doet mee.
De eerste keer.
Je verstijft, en keert ze de rug toe, steekt een sigaret op.Je ziet je aangzicht in het glasraam,
Je rukt uw gezicht weg. Kijkt naar boven, in de hoop een ster te kunnen waarnemen. Blaast je rook uit de schoorsteen. Sterren zijn er niet aan de hemel.
Sterren worden stars genoemd en zitten in een roze kamer.
Te veel straatverlichting denk je.
Je probeert aan andere dingen te denken. Maar je lichaam weigert.
Die enorme druk, en je weet dat het een opluchting zou zijn.
Baden in de melk, daar krijg je een sneeuwwitte huid van. Om het uur goed schrobben. Lippen rood maken, en mijn lievelingsparfum dragen.
De uren kruipen voorbij, ze zon schijnt veel te helder vandaag, en ik wacht tot de avond valt.
Zwarte en andere donkere wagens rijden voorbij, met de meest absurde nummerplaten ooit gezien. Mannen met baarden, en ook iedere snor is uniek.
Meestal is het derde keer goede keer.
Portugezen, Hollanders, Fransen, Polen, ik herken ze van op afstand.
Eén keer voorbijrijden, de tweede keer iets langszamer, en de derde keer nog langzamer met het oog op een parkeerplaats gericht.
Mannen zweten, en hebben plakkerige handen.
Ik laat wierook branden, de rookpluim maakt een zwarte plek op mijn plafont. De vanille kruipt in mijn gordijnen.
‘Ze was er vrijwel van overtuigd dat de eigenaar van het adresboekje een man was. Het handschrift had iets mannelijks; er stonden meer mannen dan vrouwen in; het boekje verkeerde in een haveloze staat, alsof er ruw mee was omgesprongen. In een plotselinge, belachelijke opwelling waar iedereen wel eens aan ten prooi valt (maar Maria vaker dan iemand anders), stelde zich voor dat ze voorbestemd was om verliefd te worden op de eigenaar van het boekje.’
(Uit Paul Austers Leviathan)