‘Ze was er vrijwel van overtuigd dat de eigenaar van het adresboekje een man was. Het handschrift had iets mannelijks; er stonden meer mannen dan vrouwen in; het boekje verkeerde in een haveloze staat, alsof er ruw mee was omgesprongen. In een plotselinge, belachelijke opwelling waar iedereen wel eens aan ten prooi valt (maar Maria vaker dan iemand anders), stelde zich voor dat ze voorbestemd was om verliefd te worden op de eigenaar van het boekje.’
(Uit Paul Austers Leviathan)

March 17, 2009 at 11:24 am |
Ik hou van je tekeningen!
Wauw!
Groetjes